Psilocybine: wat het is en wat het lichaam ermee doet
In het kort
- Psilocybine werkt zelf niet; het lichaam maakt er eerst psilocine van.
- Die omzetting gebeurt in de darm en de nieren, binnen tientallen minuten.
- Vijf genen maken de stof, en die zijn tussen schimmels overgesprongen.
Inhoudsopgave
Psilocybine is de werkzame stof in paddo's en magic truffels, en tegelijk een stof die zelf niets doet. Het lichaam moet hem eerst omzetten voordat er iets gebeurt. Deze pagina legt uit wat psilocybine chemisch is, waarom die omzetting nodig is, hoe lang de stof in het lichaam blijft en waarom een schimmel hem überhaupt aanmaakt. Hoeveelheden staan er niet bij; die publiceren wij niet.
Belangrijk vooraf: deze pagina geeft algemene informatie en geen medisch advies. De psychoactieve producten zijn bedoeld voor volwassenen van 18 jaar en ouder. Voor onafhankelijke informatie over psychoactieve stoffen kun je terecht bij Trimbos.

Wat is psilocybine?
Psilocybine is een alkaloïde uit de tryptamine-groep. Alkaloïden zijn stikstofhoudende stoffen die planten en schimmels aanmaken; cafeïne en nicotine horen tot dezelfde brede categorie. De stof komt van nature voor in paddenstoelen van het geslacht Psilocybe.
De bouw lijkt op die van serotonine. Serotonine is een signaalstof die het lichaam zelf aanmaakt en die betrokken is bij een reeks processen in de hersenen en de darm. Beide moleculen delen dezelfde kern, met een verschil in wat er aan de zijkant hangt.
Dat verschil zit op één plek. Waar serotonine een hydroxylgroep op positie vijf draagt, zit bij psilocine een vergelijkbare groep op positie vier, met daarnaast twee methylgroepen aan het stikstofatoom. Genoeg gelijkenis om op dezelfde receptor te passen, genoeg verschil om zich anders te gedragen.
De stof is in zuivere vorm een wit poeder, maar zo komt hij in de natuur niet voor. In een paddenstoel of truffel zit hij samen met verwante stoffen in het weefsel, en juist die menging maakt de samenstelling per exemplaar wisselend.
Waarom werkt psilocybine niet zelf?
Omdat er een fosfaatgroep aan vastzit. Die groep maakt het molecuul beter oplosbaar in water, maar houdt het tegen bij de overgang van bloed naar hersenweefsel. Zolang de groep erop zit, gebeurt er niets.
Het lichaam haalt hem eraf. Alkalische fosfatasen en niet-specifieke esterasen halen de fosfaatgroep eraf, in de darm, in de nieren en waarschijnlijk ook in de bloedbaan. Wat overblijft heet psilocine, en dat molecuul is vetminnender dan zijn voorloper.
Let op: psilocybine en psilocine zijn twee verschillende stoffen. Psilocybine is wat je binnenkrijgt; psilocine is wat er in de hersenen aankomt. In de Opiumwet staan ze allebei op Lijst I genoemd, dus voor de wet maakt het onderscheid tussen de twee stoffen niets uit.
De omzetting begint al vroeg. Vakliteratuur spreekt van een eerste-passage-effect: de stof passeert lever en darmwand voordat hij goed en wel in de bloedsomloop is opgenomen, en ondergaat daar zijn eerste bewerking. Wat er aan de andere kant uitkomt is dus niet meer wat er inging.
Vakliteratuur noemt zo'n stof een prodrug: een verbinding die pas werkzaam wordt nadat het lichaam hem heeft omgebouwd. Dat is geen uitzondering. Een deel van de gewone geneesmiddelen werkt op dezelfde manier, om redenen van opname of houdbaarheid.
Het verschil in stabiliteit hoort bij hetzelfde onderscheid. Psilocine oxideert makkelijk zodra het vrijkomt, en juist die reactie geeft beschadigd weefsel zijn blauwe kleur. Psilocybine met de fosfaatgroep er nog aan is beduidend minder gevoelig, wat meeweegt bij het bewaren van verse producten.

Wat doet psilocine in de hersenen?
Psilocine grijpt aan op de serotonine-receptor van het type 5-HT2A, en dat is de plek waar het effect begint. Die receptoren zitten vooral in de hersenschors, het buitenste deel van de hersenen waar zintuiglijke informatie wordt verwerkt. Door de gelijkenis met serotonine past psilocine op diezelfde plek.
Hoeveel receptoren daarbij bezet raken is gemeten. Een beeldvormende studie bracht dat in kaart bij een klein aantal deelnemers, en die uitkomst staat met het bewijsniveau erbij op de pagina over de werking van paddenstoelen.
Die receptoren zitten niet alleen daar. Het 5-HT2A-type komt ook elders in het lichaam voor, onder meer in bloedvaten en bloedplaatjes, en dat verklaart waarom het effect niet bij de hersenen ophoudt. Lichamelijke verschijnselen horen bij het geheel en staan beschreven op de pagina over veilig gebruik.
Wat er daarna in de hersenen gebeurt, is minder eenduidig dan populaire teksten suggereren. Het onderzoek loopt, de groepen in studies zijn klein, en tussen laboratoriumbevindingen en een uitspraak over mensen zit een flinke afstand. Wij trekken die conclusie hier niet.
Hoe lang blijft de stof in het lichaam?
Korter dan veel mensen denken. Psilocine is in het bloed aantoonbaar vanaf ongeveer een kwartier tot vijftig minuten na inname, en de halfwaardetijd bij mensen ligt tussen 2 en 3 uur. Halfwaardetijd betekent de tijd waarin de helft van de stof uit het bloed verdwijnt.
De afbraak loopt vooral via één route. Het lichaam koppelt psilocine aan glucuronzuur, waardoor psilocine-O-glucuronide ontstaat, en dat is de belangrijkste stof die in de urine wordt teruggevonden. De enzymen die dat doen heten UGT1A9 en UGT1A10.
De aantallen erbij maken het concreet. Ongeveer een vijfde van het ingenomen psilocybine verlaat het lichaam binnen 24 uur als gekoppeld psilocine. Ongeveer een derde verdwijnt via de nieren als een afbraakproduct dat 4-HIAA heet.
Aantoonbaarheid is iets anders dan werkzaamheid. Dat een afbraakproduct nog in de urine zit, betekent niet dat er nog iets gebeurt; de twee tijdlijnen lopen niet gelijk. Voor tests wordt juist naar die restproducten gekeken en niet naar de oorspronkelijke stof.
Over hoeveelheden zegt deze pagina verder niets. Doseringsadvies, innameschema's en protocollen publiceren wij niet, en dat geldt ook voor microdosing. Voor onafhankelijke informatie over psychoactieve stoffen is Trimbos het adres.
Waarom maakt een schimmel deze stof?
Vermoedelijk als afweer tegen insecten, en het bewijs daarvoor komt uit een genetische hoek. Een studie uit 2018 las de genomen van drie psilocybine-vormende soorten en vond vijf bij elkaar liggende genen die samen de stof opbouwen.
Die vijf hebben elk een taak. Eén gen knipt een stuk van het aminozuur tryptofaan af en een tweede hangt er een zuurstofgroep aan. Een derde plaatst de fosfaatgroep, een vierde zet er methylgroepen op, en het vijfde regelt het transport binnen de cel. Samen vormen ze een compleet productielijntje.
De drie onderzochte soorten staan bovendien ver uit elkaar. Het ging om Psilocybe cyanescens, Gymnopilus dilepis en Panaeolus cyanescens, drie geslachten die in de stamboom van de paddenstoelen niet naast elkaar staan. Ter vergelijking legden de onderzoekers er drie verwanten zonder de stof naast.
Het opvallende zit in de verspreiding. De genen bleken niet netjes van voorouder op nakomeling te zijn doorgegeven, maar tussen niet-verwante schimmels te zijn overgesprongen. Voor een stofcluster bij paddenstoelvormende schimmels was dat de eerste keer dat onderzoekers zoiets vastlegden.
De soorten die het cluster dragen delen bovendien een leefwijze. Ze groeien op mest en op verterend hout, plekken waar het wemelt van de insecten en larven die schimmelweefsel eten. De onderzoekers opperen daarom dat de stof het gedrag van die insecten beïnvloedt en de schimmel zo bescherming biedt.
Sluitend bewijs is dat niet, en de auteurs presenteren het als hypothese. Wel verklaart het waarom een stof die bij mensen zo'n opvallend effect heeft, in de natuur telkens opduikt bij schimmels die hetzelfde soort plek bewonen.
Hoeveel zit er in een product?
Dat verschilt per exemplaar, en daarom vergelijken wij producten er niet op. Een wetenschappelijke review uit 2025 mat bij varianten van één soort gehaltes die uiteenliepen van sporenhoeveelheden tot 19,9 milligram per gram, met daarbovenop grote variatie binnen één variant.
Het gaat bovendien niet om één stof alleen. Naast psilocybine bevat het weefsel verwante verbindingen, en de verhouding daartussen ligt per soort en per oogst anders. Een enkel getal op een verpakking zou dat mengsel terugbrengen tot iets wat het niet is.
Voor een natuurproduct is dat logisch. Groeiomstandigheden, oogstmoment en het deel van het vruchtlichaam bepalen mee wat erin zit, en geen twee knollen of hoeden zijn gelijk. Een getal op een verpakking zou een precisie suggereren die er niet is.
Wat een kweker wél kan aangeven, is een indicatie van mild naar sterk op basis van eigen ervaring. Zo'n indeling staat bij de magic truffels, met de bron erbij vermeld, en het blijft een indicatie in plaats van een meting.
Wat zegt de wet over psilocybine?
Psilocybine en psilocine staan als losse stoffen op Lijst I van de Opiumwet, de lijst voor harddrugs. De paddenstoelen die ze bevatten kwamen in 2008 apart op Lijst II te staan; Trimbos beschrijft dat het sindsdien verboden is om paddo's te verkopen, vers zowel als gedroogd.
Verse truffels vallen buiten dat verbod. Trimbos noemt ze legaal verkrijgbaar omdat het geen paddenstoelen zijn, terwijl ze dezelfde werkzame stoffen bevatten. Waar die grens precies loopt en waarom, staat op de pagina over de wetgeving rond paddenstoelen.
Voor wie de producten niet geschikt zijn, en waar je op let bij het combineren met medicijnen, staat op de pagina over veilig gebruik. Alle onderwerpen komen samen op de pagina over paddenstoelen.
Deze pagina is algemene informatie en geen medisch advies. De producten op mushrooms.nl zijn geen geneesmiddel. Raadpleeg je huisarts of apotheker bij twijfel, zwangerschap, borstvoeding, medicijngebruik of een psychische aandoening.
Veelgestelde vragen
Bronnen
- 1.In vitro and in vivo metabolism of psilocybin's active metabolite psilocin (Frontiers in Pharmacology, 2024)StudieGeraadpleegd: 20 augustus 2026
- 2.Horizontal gene cluster transfer increased hallucinogenic mushroom diversity (Evolution Letters, 2018)StudieGeraadpleegd: 20 augustus 2026
- 3.Drugsinfo.nl (Trimbos) — Zijn paddo's verboden?OfficieelGeraadpleegd: 20 augustus 2026
- 4.Opiumwet (wetten.overheid.nl)OfficieelGeraadpleegd: 20 augustus 2026