Beta-glucanen: de vezels waarop extracten worden gemeten
In het kort
- Beta-glucanen zijn vezels uit de celwand van de paddenstoel.
- Twee erkende meetmethoden geven op hetzelfde monster heel andere uitkomsten.
- Goedgekeurde EU-claims gelden voor haver en gerst: niet voor paddenstoelen.
Inhoudsopgave
Beta-glucanen zijn de voedingsvezels uit de celwand van een paddenstoel, en het getal waarop veel extracten worden verkocht. Op etiketten staat een percentage, maar wat dat percentage waard is hangt af van iets dat er zelden bij staat: de meetmethode. Deze pagina legt uit wat deze vezels zijn, waar ze zitten, waarom twee erkende metingen ver uiteenlopen, wat een hoog alfa-glucaangehalte verraadt en wat een verkoper erover mag zeggen.

Wat zijn beta-glucanen?
Beta-glucanen zijn lange ketens van glucose. Glucose is de bouwsteen die je ook in zetmeel en suiker tegenkomt, maar de manier waarop de bouwstenen aan elkaar zitten bepaalt wat er ontstaat. Bij deze vezels levert die koppeling een structuur op die het lichaam niet afbreekt zoals een gewone suiker.
Vezel is hier de juiste term, en geen marketingwoord. De koppeling tussen de bouwstenen past niet op de enzymen waarmee het lichaam zetmeel afbreekt, waardoor het materiaal grotendeels intact de dunne darm passeert. Dat gedrag deelt het met andere voedingsvezels uit plantaardig voedsel.
De plek is de celwand. Naast deze vezels bevat de wand van een paddenstoel ook chitine, hetzelfde materiaal waarvan een insectenschild is gemaakt, en alfa-glucanen. Samen geven die stoffen het weefsel zijn stevigheid.
De vorm verschilt per organisme. In paddenstoelen overheerst een vorm met een hoofdketen van beta-1,3-bindingen en korte zijketens met een beta-1,6-binding. Die vertakte bouw is kenmerkend voor schimmels en komt in deze vorm bij planten niet voor.
Voor een koper is vooral relevant dat het om een structuurstof gaat. Beta-glucanen zitten er niet in omdat een fabrikant ze heeft toegevoegd, maar omdat elke paddenstoel ze aanmaakt om overeind te blijven. Het gehalte zegt daarmee iets over hoeveel echt paddenstoelmateriaal er in een pot zit.
Het gehalte verschilt sterk per soort. In hetzelfde onderzoek liepen de uitkomsten tussen 21 eetbare soorten flink uiteen, en ook binnen één soort verschilden de monsters onderling. Groeiplaats, oogstmoment en het onderzochte deel wegen daarin mee.
Wild materiaal en gekweekt materiaal ontliepen elkaar daarbij opvallend weinig. De hoogste waarde in die reeks kwam juist van een gekweekte soort, wat het idee ontkracht dat wild geplukt materiaal per definitie rijker is.
Waarom staat er een percentage op het etiket?
Omdat het een van de weinige meetbare houvasten is die een koper zelf kan nalezen. Een extract van een paddenstoel is een mengsel van honderden stoffen, en de meeste daarvan zijn niet routinematig te bepalen. Het gehalte aan deze vezels is dat wel, en het loopt mee met de hoeveelheid paddenstoelmateriaal.
Daarom wordt het als standaardisatie gebruikt. Op de productpagina's van de functionele paddenstoelen staat per product waarop is gestandaardiseerd; bij reishi loopt dat bijvoorbeeld via triterpenen, bij andere producten via deze vezels.
Een percentage zonder context blijft alleen lastig te lezen. Het zegt niets over welk deel van de schimmel is verwerkt, en evenmin met welke methode het is bepaald. Dat tweede punt weegt zwaarder dan het lijkt.
Waarom verschillen twee metingen van hetzelfde product?
Omdat er meer dan één erkende methode bestaat, en die meten niet hetzelfde. Onderzoekers analyseerden 68 monsters van 21 eetbare soorten met twee methoden naast elkaar, en de uitkomsten liepen stelselmatig uiteen.
De cijfers maken dat concreet. De enzymatische methode kwam bij die monsters uit op 10,5 tot 40,3 gram per 100 gram droge stof. De kleurstofmethode bleef op dezelfde soorten steken tussen 2,0 en 17,1 gram, een verschil van een factor twee tot vijf op identiek materiaal.
Het verschil zit in wat je telt. De enzymatische methode bepaalt eerst alle glucanen en trekt daar de alfa-vorm van af; wat overblijft geldt als beta-glucaan. De andere methode reageert op een specifieke ruimtelijke structuur en telt dus alleen het deel dat die vorm heeft.

Geen van beide is fout. Ze beantwoorden een andere vraag, en welke uitkomst op een etiket belandt hangt af van het laboratorium dat de bepaling deed. Zonder vermelding van de methode is een vergelijking tussen twee merken dus wankel.
Er zit nog een addertje in het woordgebruik. Sommige etiketten noemen een percentage "extract" en andere een percentage vezel, en dat zijn twee verschillende dingen. Een extractverhouding zegt hoeveel ruw materiaal er in één deel eindproduct is gegaan, niet wat erin is achtergebleven.
Wat zegt een hoog alfa-glucaangehalte?
Meestal iets over de kweekbodem. Alfa-glucaan is de vorm waarin planten glucose opslaan, en zetmeel uit graan is er het bekendste voorbeeld van. Een paddenstoel maakt zelf weinig van deze vorm aan.
Daar zit een praktische aanwijzing in. Producten waarin schimmeldraden op een graanbodem zijn gekweekt en samen met dat substraat zijn vermalen, bevatten restanten van dat graan. Dat drukt het beta-gehalte naar beneden en het alfa-gehalte omhoog.
De rekenmethode versterkt het belang ervan. Omdat de enzymatische bepaling het beta-gehalte afleidt door de alfa-vorm van het totaal af te trekken, is een nauwkeurige alfa-meting voorwaarde voor een betrouwbaar beta-getal.
Wie dus een analyse ziet waarin alleen "polysachariden" staat, weet nog niets. Onder die noemer valt zowel de vezel uit de paddenstoel als het zetmeel uit de bodem waarop hij groeide.
Let op: polysachariden en beta-glucanen zijn niet hetzelfde. Polysacharide is de verzamelnaam voor alle lange suikerketens, inclusief zetmeel uit graan. Een etiket dat een percentage polysachariden noemt, kan dus een hoog getal tonen zonder dat er veel paddenstoelvezel in zit.
Dat maakt het gehalte tot een herkomstvraag. Het getal meet niet hoe goed een product is, maar hoeveel paddenstoelmateriaal er tegenover het gewicht staat. Wie dat onderscheid vasthoudt, leest een analyse een stuk rustiger.
Wat mag een verkoper hierover zeggen?
Over paddenstoelvezels: niets over gezondheid. De Europese lijst van goedgekeurde gezondheidsclaims bevat twee vermeldingen over beta-glucanen, en beide noemen uitdrukkelijk de bron. Het gaat om haver, haverzemelen, gerst en gerstezemelen.
De eerste claim gaat over het op peil houden van het cholesterolgehalte in het bloed, de tweede over de stijging van de bloedsuiker na een maaltijd. Aan beide hangen voorwaarden, zoals een minimum per portie en een dagelijkse hoeveelheid die op de verpakking moet staan.
Die voorwaarden zijn streng geformuleerd. Voor de cholesterolclaim moet een portie minimaal 1 gram beta-glucanen uit die graanbronnen bevatten. De verpakking moet de koper er bovendien op wijzen dat het om een dagelijkse inname van 3 gram gaat. Zonder die vermelding vervalt het recht op de claim.
Voor beta-glucanen uit paddenstoelen staat er niets in die lijst. Er is dus geen goedgekeurde claim, en daarmee mag een verkoper er ook geen gezondheidsbelofte aan verbinden. De NVWA ziet daarop toe.
Dat verklaart de toon op onze productpagina's. Wij noemen de soort, het verwerkte deel, de standaardisatie en de ingrediëntenlijst, en laten het bij die feiten. Wat onderzoek over de stoffen zelf laat zien, met het bewijsniveau erbij, staat op de pagina over de werking van paddenstoelen.
Waarom meten laboratoria het zo omslachtig?
Omdat een directe meting niet bestaat. Er is geen apparaat dat in één keer aanwijst hoeveel beta-glucaan er in een monster zit; het gehalte wordt afgeleid uit metingen die iets anders bepalen. Dat maakt de omweg onvermijdelijk.
De enzymatische route werkt in twee stappen. Eerst worden alle glucaanketens afgebroken tot losse glucose, wat een totaalgetal oplevert. Daarna wordt in een aparte bepaling alleen de alfa-vorm afgebroken, en het verschil tussen beide uitkomsten geldt als het beta-gehalte.
De kleurstofroute pakt het anders aan. Daarbij wordt een kleurstof toegevoegd die zich bindt aan ketens met een bepaalde ruimtelijke vorm, waarna de kleuromslag wordt gemeten. Ketens zonder die vorm blijven daarbij buiten beeld.
Beide routes zijn gepubliceerd en navolgbaar. Wat ze niet zijn, is uitwisselbaar, en dat is precies waarom een getal zonder methodevermelding weinig waarde heeft bij het vergelijken van twee potten.
Waar let je op bij een product?
Op vier dingen, en het percentage is er daar maar één van. Het verwerkte deel bepaalt de samenstelling; een extract uit het vruchtlichaam is iets anders dan een poeder van schimmeldraden met substraat.
De methode hoort erbij als er een percentage staat. Zonder die vermelding is het getal niet te vergelijken met dat van een ander merk, hoe overtuigend het ook oogt.
Een alfa-glucaangehalte in de analyse is een goed teken op zich. Het betekent dat het laboratorium beide vormen heeft bepaald, en het maakt zichtbaar hoeveel van het gewicht uit de kweekbodem komt.
Vraag bij twijfel om de analyse zelf. Serieuze leveranciers hebben een certificaat van analyse per partij, waarop de methode en de gemeten waarden staan. Ontbreekt dat document, dan blijft een percentage op de voorkant een mededeling zonder onderbouwing.
En wat er niet hoort te staan, is een belofte. Bij lion's mane en reishi staat per soort welke stoffen kenmerkend zijn en wat er wel en niet over bekend is. Alle onderwerpen komen samen op de pagina over paddenstoelen.
Deze pagina is algemene informatie en geen medisch advies. De producten op mushrooms.nl zijn geen geneesmiddel. Raadpleeg je huisarts of apotheker bij twijfel, zwangerschap, borstvoeding, medicijngebruik of een psychische aandoening.
Veelgestelde vragen
Bronnen
- 1.Evaluation of Polish Wild Mushrooms as Beta-Glucan Sources (International Journal of Environmental Research and Public Health, 2020)StudieGeraadpleegd: 22 augustus 2026
- 2.Verordening (EU) nr. 432/2012 — lijst van toegestane gezondheidsclaimsOfficieelGeraadpleegd: 22 augustus 2026
- 3.NVWA — Voedingssupplementen en kruidenpreparatenOfficieelGeraadpleegd: 22 augustus 2026